Je wilt in de media werken, met je hoofd op televisie. Wat doe je dan? Je stuurt een brief aan RTL en schrijft: “Jongens, jullie moeten mij hebben voor de presentatie!” Een open sollicitatie van Ronald van der Woude, eind jaren ’90 die er toe leidde, dat hij startte als ‘assistent in beeld’ bij Love Letters. Strak in het pak, “deurtje open, deurtje dicht”.
Zo kwam hij in contact met Jaco Kirchjunger, toen al werkzaam als publieksopwarmer. “Dat is leuk werk, wat jij doet”, zei Van der Woude tegen hem. En hij kreeg terug: “Dit is echt iets voor jou.” En zo werd hij diens collega.

De publieksopwarmer, je kunt hem ook Applausmeester noemen, organiseert het enthousiaste publieksgeluid bij studio-opnames van televisie shows. Er zijn slechts acht professional Applausmeesters in Nederland. Ze zijn vaklui in het enthousiast maken en houden van publiek.

Studio applaus

Met zo’n 650.000 mensen langs de kant van de arbeidsmarkt is Van der Woude een schitterend voorbeeld van hoe je op dit moment aan werk komt.

Samen gevat:
1. Je moet weten wat je wilt.
Heb je een goed idee, wat je kunt en wat je leuk vindt, dan helpt je dat enorm in de manier waarop jij die baan wilt veroveren.
2. Je hebt lef nodig.
Vind je jezelf niet zo’n lefgozertje, geef dan vooral brandstof aan het gevoel dat die baan op jou ergens ligt te wachten. Het voedt je uithoudingsvermogen en je wil om steeds weer je omgeving te vertellen wat jij voor baan zoekt.
3. Iedere werknemer máákt zijn eigen werk.
Dat klinkt raar, maar toch is het zo. Jij brengt in je werk jouw persoonlijkheid mee, jouw ideeën hoe het anders en beter kan. En jij bent iemand die het weer op zijn eigen manier kan vertellen.
4. Wat kom jij oplossen voor je werkgever.
Houd op met denken ‘dat die werkgever je de baan moet geven’ maar bedenk liever ‘wat jij komt leveren’: Vakmanschap, ideeën, oplossingen, efficiency, communicatief vermogen. Bedenk wat jij kunt bijdragen.
Je weet het toch? Talent Werkt!